
De energievraag van datacenters in België zal de komende jaren sterk toenemen. Nieuwe cijfers van netbeheerder Elia zetten dat opnieuw scherp op de agenda. Tegelijk werd een investering van meer dan één miljard euro aangekondigd voor een nieuwe datacentercampus op de voormalige Sappi-site in Lanaken.
Bij Datacenter United zien we dezelfde beweging vanuit een andere hoek. Deze week tekenden we een overeenkomst om meerdere megawatts aan capaciteit te voorzien voor AI-workloads in ons datacenter in Machelen.
Drie ontwikkelingen die eigenlijk over hetzelfde gaan: AI begint ook in België een zeer concrete fysieke infrastructuurvraag te worden. En dat vraagt veel energie. Daar moeten we niet omheen. Maar als het debat stopt bij de vraag hoeveel elektriciteit datacenters verbruiken, stellen we slechts de helft van de vraag. De andere helft is minstens even belangrijk: wat dreigt België te verliezen als de infrastructuur achter onze digitale economie hier niet kan meegroeien?
AI is digitaal. De infrastructuur erachter niet.
AI-modellen bestaan misschien uit software en data, maar de infrastructuur waarop ze draaien is bijzonder tastbaar:
- Servers
- Elektriciteit
- Connectiviteit
- Koeling
- Ruimte
- Redundantie
Naarmate AI-systemen krachtiger worden, stijgt de hoeveelheid rekenkracht die binnen een beperkte fysieke ruimte moet worden samengebracht. Dat betekent hogere vermogensdichtheden en aanzienlijk meer warmte die efficiënt moet worden afgevoerd.
De gevolgen daarvan worden vandaag zichtbaar. Volgens nieuwe prognoses waarover deze week wordt bericht, kan de elektriciteitsvraag van Belgische datacenters richting 2034 sterk toenemen. Niet alle aangevraagde of gereserveerde capaciteit zal uiteindelijk noodzakelijk gerealiseerd worden, maar de richting is duidelijk. De digitale economie zal meer fysieke infrastructuur nodig hebben.

Die toekomst is geen voorspelling meer. Ze wordt nu, vandaag gebouwd.
Bij Datacenter United hoeven we niet tot 2034 te kijken om die evolutie te zien. In DC Machelen heeft DCU een overeenkomst gesloten om meerdere megawatts aan capaciteit beschikbaar te stellen voor AI-workloads. De geplande omgeving zal gebruikmaken van liquid cooling om de hoge vermogensdichtheden en warmtebelasting van moderne AI-systemen te ondersteunen. Tegelijk investeren we in Machelen al in geavanceerde koelinfrastructuur voor high-density omgevingen. Ook op andere locaties binnen ons Belgische netwerk worden capaciteit, koeling en technische infrastructuur uitgebreid of gemoderniseerd.
Dat zijn geen investeringen gebaseerd op een hypothetische toekomst. Ze beantwoorden aan een vraag die vandaag ontstaat.
Ook de aangekondigde investering van meer dan één miljard euro in een nieuwe datacentercampus in Lanaken maakt duidelijk hoe snel de markt beweegt. Het project zou volgens de huidige plannen bovendien 150 tot 250 jobs creëren op een site waar na de sluiting van de voormalige fabriek honderden arbeidsplaatsen verloren gingen. Dat maakt digitale infrastructuur niet alleen een technologisch of energetisch vraagstuk, maar ook een economisch vraagstuk. Tegelijk gaat het vandaag nog om een ontwikkeling die de verschillende stappen van planning, vergunning, infrastructuur en realisatie moet doorlopen voordat daar operationele capaciteit beschikbaar kan worden. Dat onderscheid is belangrijk.
Want de AI-vraag ontstaat vandaag. Niet wanneer nieuwe infrastructuur binnen enkele jaren klaar is.
België moet daarom tegelijk vooruitkijken én vandaag voldoende geschikte capaciteit kunnen aanbieden. Nieuwe ontwikkelingen zijn noodzakelijk om de toekomstige vraag op te vangen, terwijl bestaande en beschikbare infrastructuur nodig is voor bedrijven die hun AI-ambities vandaag willen realiseren. Dat zou het debat over energie niet minder belangrijk moeten maken. Het zou het net breder moeten maken.
Wat we hier niet mogelijk maken, verdwijnt niet. Het verhuist.
AI-ontwikkeling stopt niet wanneer België onvoldoende capaciteit, energie of infrastructuur beschikbaar heeft. Bedrijven zullen rekenkracht nodig blijven hebben. Investeerders zullen datacenters blijven bouwen. AI-modellen zullen blijven worden getraind en gebruikt. De vraag is waar. Precies daar zit een risico dat veel moeilijker zichtbaar is dan het elektriciteitsverbruik van een datacenter. Wanneer infrastructuur elders wordt gebouwd, kunnen ook investeringen, technologische expertise, digitale ecosystemen, werkgelegenheid en toekomstige economische activiteit mee verschuiven.
Wat we vandaag niet mogelijk maken, kunnen we morgen niet zomaar terughalen.
Digitale infrastructuur wordt daardoor meer dan een technisch vraagstuk. Ze raakt steeds sterker aan onze economische competitiviteit en digitale soevereiniteit. Hoe afhankelijk willen we worden van infrastructuur buiten België en Europa voor technologie die steeds fundamenteler wordt voor onze bedrijven en economie? En hoeveel controle geven we uit handen wanneer de fysieke laag onder onze digitale economie zich steeds verder van ons verwijdert?
Dat betekent niet: datacenters tegen elke prijs.
Het antwoord kan nooit zijn dat iedere megawatt automatisch moet worden toegekend of iedere datacenteraanvraag moet worden gerealiseerd. Integendeel. Net omdat energie waardevol en niet onbeperkt beschikbaar is, moeten we hogere eisen stellen aan de infrastructuur die ermee wordt aangedreven.
Hoeveel rekenkracht halen we uit de beschikbare capaciteit? Hoe efficiënt wordt de infrastructuur gekoeld? Hoe wordt energiegebruik gemonitord en geoptimaliseerd? Kan infrastructuur hogere densiteiten ondersteunen zonder dat het verbruik disproportioneel meestijgt? Welke rol kunnen hernieuwbare energie, restwarmte en flexibiliteit spelen?
Bij Datacenter United proberen we die verantwoordelijkheid ook meetbaar te maken. We monitoren PUE op siteniveau om efficiëntiewinsten in koeling, airflow en operationele instellingen te identificeren. In Antwerpen en Oostkamp beschikken we samen over 821,2 kWp geïnstalleerd zonnevermogen. Onze klimaatdoelstellingen zijn gevalideerd door het Science Based Targets initiative en via onze duurzaamheidsrapportering maken we ook ons eigen energieverbruik en onze milieu-impact transparant. Niet omdat daarmee de energievraag verdwijnt. Wel omdat groei alleen verantwoord is wanneer efficiëntie en impact mee onderdeel worden van de infrastructuurbeslissing.
Iedere megawatt moet harder werken.
De discussie over datacenters wordt vandaag te vaak gevoerd alsof energieverbruik en digitale groei twee tegengestelde belangen zijn. Dat is te eenvoudig. AI zal meer energie vragen. Daar bestaat weinig twijfel over. De opdracht is daarom niet om te doen alsof die energievraag er niet is. De opdracht is om ervoor te zorgen dat iedere beschikbare megawatt zo efficiënt mogelijk wordt ingezet en zoveel mogelijk digitale, economische en maatschappelijke waarde creëert.
Dat vereist moderne infrastructuur, nieuwe koeltechnologieën, transparantie over impact en samenwerking tussen datacenteroperatoren, energiebedrijven, netbeheerders, overheden en technologiebedrijven. België beschikt vandaag over sterke connectiviteit, technische expertise, een centrale ligging en een groeiend digitaal ecosysteem. Maar die positie is niet gegarandeerd.
Investeringsbeslissingen worden vandaag genomen. AI-infrastructuur wordt vandaag gepland. Capaciteit wordt vandaag toegewezen. Andere Europese regio's staan niet stil terwijl België discussieert. Daarom mogen we het debat niet reduceren tot de vraag hoeveel energie een datacenter verbruikt. We moeten ook durven vragen wat die infrastructuur mogelijk maakt.
Welke bedrijven kunnen hier groeien? Welke technologie kunnen we hier ontwikkelen? Welke kennis en expertise bouwen we hier op? Welke jobs en economische activiteit creëren we hier? En hoeveel controle willen we behouden over de infrastructuur waarop onze toekomstige digitale economie draait?
De energiekost van digitale infrastructuur is onmiddellijk zichtbaar. De economische waarde die ze creëert, verspreid over bedrijven, jobs, innovatie en technologie is veel minder eenvoudig in één cijfer te vatten. De kost van ze niet bouwen, zien we misschien pas wanneer de investeringen, technologie, werkgelegenheid en economische activiteit al elders zitten.
Begrippen uit dit artikel
Datacenters en AI brengen heel wat technische termen met zich mee. Daarom leggen we enkele begrippen uit dit artikel kort uit.
Datacenter: een beveiligde fysieke locatie waar IT-systemen zoals servers en netwerkinfrastructuur worden ondergebracht. Datacenters zorgen onder meer voor de stroomvoorziening, koeling, connectiviteit en beveiliging die nodig zijn om digitale toepassingen en data betrouwbaar beschikbaar te houden.
AI-workload: een computertaak die nodig is om artificiële intelligentie te ontwikkelen of te gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan het trainen van een AI-model of het verwerken van een opdracht door een bestaand model. Zulke toepassingen kunnen grote hoeveelheden rekenkracht vragen.
Rekenkracht: de capaciteit van computers en servers om berekeningen en gegevens te verwerken. Hoe complexer een digitale toepassing, zoals AI, hoe meer rekenkracht er doorgaans nodig is.
Megawatt (MW): een eenheid van vermogen. Eén megawatt is gelijk aan één miljoen watt. In een datacenter wordt MW onder meer gebruikt om aan te geven hoeveel elektrisch vermogen beschikbaar is om IT-infrastructuur te ondersteunen.
Vermogensdichtheid: de hoeveelheid elektrisch vermogen die binnen een bepaalde fysieke ruimte wordt gebruikt. AI-systemen kunnen veel rekenkracht op een beperkte oppervlakte samenbrengen, waardoor de vermogensdichtheid en de behoefte aan efficiënte koeling toenemen.
High-density omgeving: een datacenteromgeving waarin veel rekenkracht en elektrisch vermogen op een relatief kleine oppervlakte worden geconcentreerd. Zulke omgevingen stellen hogere eisen aan onder meer stroomvoorziening en koeling.
Liquid cooling: een koeltechnologie waarbij vloeistof wordt gebruikt om warmte dichter bij de warmtebron af te voeren. Dit kan efficiënte koeling mogelijk maken bij krachtige en dicht op elkaar geplaatste AI-systemen.
Redundantie: het voorzien van reserve- of dubbele systemen voor kritieke infrastructuur, zoals stroomvoorziening, koeling of connectiviteit. Als één onderdeel uitvalt, kan een ander systeem het overnemen om de continuïteit te helpen garanderen.
Connectiviteit: de netwerkverbindingen waarmee een datacenter data kan uitwisselen met andere locaties, netwerken, cloudplatformen en het internet.
PUE (Power Usage Effectiveness): een veelgebruikte maatstaf voor de energie-efficiëntie van een datacenter. PUE vergelijkt het totale energiegebruik van het datacenter met de energie die rechtstreeks naar de IT-apparatuur gaat. Hoe dichter de waarde bij 1 ligt, hoe kleiner het aandeel energie dat naar ondersteunende infrastructuur zoals koeling gaat.
Digitale infrastructuur: de fysieke en digitale systemen die digitale diensten mogelijk maken, waaronder datacenters, servers, netwerken, glasvezelverbindingen, cloudinfrastructuur en andere technologie waarop digitale toepassingen draaien.
Digitale soevereiniteit: de mate waarin een land of regio controle kan behouden over zijn digitale infrastructuur, technologie en data, en niet volledig afhankelijk is van infrastructuur of technologie buiten de eigen regio.




